The Twenty-Seven Club

cd-importado-robert-johnson-the-complete-collection-D_NQ_NP_814264-MLB26643816854_012018-F[1]Bluesman Robert Johnson stopte 80 jaar geleden op 13 augustus 1938 met ademen. Vergiftigd, denkt men. Aan Robert is iedere muzikant na hem schatplichtig. Ik sta op de Crossroads in Clarksdale, Mississippi op zoek naar antwoord. 

‘Hier de straat uit tot je niet meer verder kunt en dan weer aan het eind rechtsaf’, roept Theo Dasbach mij na. Theo heeft het mooiste blues & rock museum van de Mississippi Delta. Hierover een latere keer.IMG_20180717_184643

Het centrum van Clarksdale is zeer overzichtelijk en inderdaad, vijftien minuten later sta ik midden op een druk kruispunt naast de parkeerplaats van een hamburgertent. Toch een beetje een desillusie. Ik had mij een kruispunt van twee stoffige wegen voorgesteld, van Interstate 61 en 49, met enkel een simpel herdenkingsbordje: ‘This is where bluesman Robert Johnson sold his soul to the devil’. Niets van dat alles. Hier razen vrachtwagens voorbij, hangen draden te bungelen en zal ik op gevaar van eigen leven naar de overkant moeten komen. 

Als ik de info van internet moet geloven, schijnt het vak van muzikant een van de gevaarlijkste beroepsgroepen te zijn. Zo’n slordige zeventig geregistreerde dames en heren hebben op 27 jarige leeftijd het loodje gelegd en werden daarna massaal gelauwerd als The Twenty-seven Club. Cobain (zoals op de foto een beetje een aansteller) was een van de laatsten en Amy Winehouse, de schat, wist nog op tijd aan te sluiten. Nee, mijn Robert was een echte trendsetter.

27-Club[1]

Het verhaal wordt nog veel triester wanneer je weet dat Robert een deal sloot om zijn gitaarspel een boost te geven. Hij begon daarna inderdaad beter spelen volgens de kenners. Dus ja, de mythe was perfect. Totdat – en hier loopt hij uit de pas met de latere clubleden – hij zette de verkeerde fles aan zijn mond na of tijdens een ordinaire caféruzie. Althans, als ik wederom de diverse versies mag geloven.

Muziekkenner Jefferson Chase schreef er jaren geleden al een stukje over in Whisky Magazine (Issue 40 Whisky Magazine, 2004). Chase vertelt dat Johnson waarschijnlijk whiskey met strychnine of loog te drinken kreeg. Zeer waarschijnlijk na enkele avances richting de vrouw van de kroegbaas. Waarschuwingen van harmonikaspeler Sonny Boy Williamson aan het adres van Robert waren tevergeefs. Het was niet ongewoon in de jaren ’20 en ’30, schrijft Chase, dat whiskey, cq moonshine als betaalmiddel werd gebruikt.

Moonshine
“We turn everything into liquor.”

Ik maak nog wat foto’s op het kruispunt, denk aan de onfortuinlijke Robert en rij verder richting Memphis. Theo, bedankt. Thuis ga ik mijn blues LP’s nog eens afstoffen…ik kan niet wachten.